dip Uptime en de Wmebv
De Wmebv verplicht niet letterlijk tot uptime-monitoring, maar wel tot handelen bij storingen. Dat maakt monitoring in de praktijk onmisbaar. Dit artikel legt uit welke wetsartikelen dit raken en wat dip daarin voor je regelt.
Sinds 1 januari 2026 geldt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). Regelmatig wordt gesteld dat deze wet overheden verplicht om de beschikbaarheid van hun digitale kanalen te monitoren en daarover te rapporteren. Dat is niet helemaal precies. De wet zelf schrijft nergens een monitoringsplicht voor. Wel bevat hij twee artikelen die in de praktijk niet zonder monitoring na te leven zijn.
Wat de wet niet zegt
Nergens in de Wmebv staat een artikel dat luidt "overheden moeten de uptime van hun kanalen meten" of "storingen moeten gerapporteerd worden". Als je dat letterlijk in de wet zoekt, vind je het niet. Wat de wet wel doet, is burgers rechten geven die alleen waar te maken zijn als jij weet wanneer een kanaal plat ligt.
De twee artikelen die het wel raken
Artikel 2:21 Awb: langere termijn bij storing Als een aangewezen digitaal kanaal door een technische storing niet bereikbaar is, wordt de indieningstermijn voor een bericht verlengd met de duur van die storing. Om dat te kunnen toepassen, moet je weten wanneer een storing begon en eindigde. Zonder registratie kun je die verlenging niet onderbouwen, richting een inwoner of een rechter.
Artikel 2:25 Awb: bewijslast bij het bestuursorgaan Bij een geschil over de ontvangst of verzending van een bericht ligt de bewijslast bij het bestuursorgaan, dus bij de gemeente. Beweert een inwoner dat hij op tijd was, maar het kanaal onbereikbaar was door een storing, dan moet jij dat kunnen weerleggen of bevestigen. Een inwoner heeft bovendien recht op inzage in de loggegevens.
Beide artikelen leggen dus geen monitoringsplicht op, maar wel een bewijs- en informatieplicht. En die kun je alleen nakomen als je vooraf al vastlegt wat er gebeurde.
Wat dit in de praktijk betekent
Vertaald naar je dagelijkse werk komt het hierop neer:
- Je moet kunnen aantonen wanneer een kanaal offline was en hoe lang.
- Je moet een inwoner kunnen informeren als een storing zijn termijn heeft geraakt.
- Je moet die gegevens kunnen terugvinden, ook maanden later, als een bezwaar- of beroepsprocedure daarom vraagt.
Dat is precies waar uptime-monitoring voor bedoeld is. Niet omdat de wet het woord "monitoring" gebruikt, maar omdat je zonder monitoring deze twee artikelen niet kunt naleven.
Hoe dip hierbij helpt
Met de uptime-monitor in dip houd je van je aangewezen digitale kanalen continu de status bij. Bij een storing zie je exact start- en eindtijd terug, en het downtime rapport geeft je dat overzicht ook op papier, mocht je het nodig hebben in een geschil.
Zet dus in elk geval een monitor aan op de kanalen die je in je aanwijzingsbesluit hebt opgenomen. Zo bouw je vanzelf de onderbouwing op die artikel 2:21 en 2:25 Awb van je vragen.
Raakvlak met BIO, GIBIT en ARBIT
De Wmebv regelt de relatie met de burger, maar sluit aan op bestaande kaders voor je eigen organisatie en leveranciers. De BIO verplicht je sowieso al om beschikbaarheid als beveiligingsrisico te managen, uptime-monitoring levert daar direct bewijs voor. En omdat je kanalen vaak door een leverancier worden gehost, leg je beschikbaarheidsafspraken (SLA's) contractueel vast via GIBIT (gemeenten) of ARBIT (Rijk). Monitoring is dan ook je manier om te controleren of een leverancier die afspraak nakomt.
Verder lezen
Wil je weten hoe je de monitor instelt, alerts configureert en het downtime rapport downloadt? Zie Uptime: dip monitort bereikbaarheid.